Een kind of jongere is ‘hoogbegaafd’ – wat betekent dat?

Een kind of jongere is ‘hoogbegaafd’ – wat betekent dat?

In eerste instantie associëren mensen hoogbegaafdheid met het hebben van een hoog IQ. Een hoogbegaafde is iemand die goed kan rekenen; iemand die slim is en snel en makkelijk leert. Het is echter belangrijk om te weten dat 1) hoogbegaafdheid bestaat en 2) het veel meer betekent dan het hebben van een hoog IQ (IQ gelijkstellen aan intelligentie is überhaupt achterhaald). Wanneer je een volledig beeld krijgt van wat hoogbegaafdheid is, ontdek je meteen dat hoogbegaafdheid een aantal specifieke uitdagingen met zich meebrengt. Hieronder geef ik een overzicht van wat hoogbegaafdheid is en welke uitdagingen dat zijn.

Definities van hoogbegaafdheid

Er is geen eenduidige wetenschappelijke definitie van (hoog)begaafdheid bij kinderen en jongeren. Op basis van diverse theorieën en modellen is het wel mogelijk tot een werkdefinitie te komen bestaande uit 8 kenmerken (zie talentstimuleren.nl):


Sterk potentieel (1)

(Hoog)begaafde leerlingen beschikken over een in aanleg aanwezig potentieel om tot uitzonderlijke prestaties te komen, behorend bij de beste 10%, op één of meerdere begaafdheidsgebieden.

Dynamisch (2)

De ontwikkeling van talent is een langdurig en dynamisch proces. Zowel persoonlijkheidseigenschappen als de interactie met de omgeving zijn medebepalend voor de mate waarin het aanwezige potentieel tot zijn recht komt (Mönks, Heller en Gagné).

Creatief denkvermogen (3)

Een (hoog)begaafde leerling beschikt over een hoge intelligentie in combinatie met een creatief denkvermogen (Renzulli, Mönks, Sternberg).

Intrinsieke motivatie (4)

Daarnaast is er sprake van een intrinsieke motivatie (doorzettingsvermogen) om een taak te volbrengen wat zich onder andere uit in een sterke gedrevenheid wanneer iets hun interesse heeft (Renzulli, Mönks).

Domeinspecifiek (5)

(Hoog)begaafdheid is domeinspecifiek (Gardner, Heller en Gagné). Dit hangt samen met Gardner’s bekende theorie van de meervoudige intelligenties (MI):

Elke intelligentie vervolgt zijn eigen ontwikkelingstraject. Dit betekent in de praktijk dat (hoog)begaafdheid domeinspecifiek is, het kan zich op één of meerdere begaafdheidsgebieden uiten, maar is zelden op alle gebieden in één persoon in uitzonderlijke mate aanwezig. Binnen één individu kunnen er ook grote verschillen in aanleg zijn tussen verschillende begaafdheidsgebieden.

Meerdimensioneel (6)

Dit is bij punt 5 al besproken. (Hoog)begaafdheid is geen eendimensionaal begrip dat is uit te drukken in een criterium als een IQ “score” > 130. Een hoge score is wel een sterke indicatie van een hoge intelligentie, maar een lagere score sluit dit niet uit. (Hoog)begaafdheid omvat in ieder geval meer dan een hoge intelligentie en intelligentie omvat meer dan een IQ test meet (Gardner, Sternberg).

Kenmerken begaafdheid (7)

Op een gemiddelde populatie heeft 10% van de leerlingen kenmerken die kunnen duiden op (hoog)begaafdheid (Mönks, 1995), waaronder indicaties die duiden op een hoge intelligentie.

Zijnskenmerken (8)

(Hoog)begaafdheid heeft twee onderscheidende factoren: een cognitieve factor (het denk-luik) en een zijnsfactor (het zijns-luik). Naarmate het potentieel hoger is, is er sprake van een hoger en sterker bewustzijn.

Het denk-luik bestaat uit een sterk potentieel, groot creatief denkvermogen, en een hoge mate van motivatie. Het denk-luik uit zich in een grote leerhonger, waar het onderwijs met allerlei onderwijsaanpassingen aan tegemoet kan komen.

Juist het hogere bewustzijn bepaalt de kenmerken van het zijns-luik van (hoog)begaafde leerlingen: de lat automatisch hoog leggen, kritische instelling, groot rechtvaardigheidsgevoel en gevoeligheid.


Dat is een hele lijst aan kenmerken. Een andere veelgebruikte (brede) definitie, waar veel hoogbegaafde mensen zich in herkennen, gaat zo:

Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Hij of zij schept plezier in creëren.

Het Delphi-model

Er is in deze definitie van hoogbegaafdheid sprake van vijf kern elementen:

  1. denken (hoogintelligent)
  2. voelen (rijk geschakeerd)
  3. willen (gedreven en nieuwsgierig)
  4. doen (scheppingsgericht)
  5. waarnemen (hoogsensitief)

Uit deze definitie blijkt dus dat er een relatie bestaat tussen hoogbegaafdheid en hoogsensitiviteit. De persoonlijkheidstheorie van Dabrowski geeft meer inzicht in deze gevoeligheid van hoogbegaafden. Hij spreekt over vijf gebieden van gevoeligheden, de overexcitabilities:


Psychomotorisch (1)

Grote beweeglijkheid, grote behoefte aan actie, snel praten, impulsiviteit, lichamelijke onrust/friemelen, hyperactiviteit, minder slaap nodig hebben.

Zintuiglijk (2)

Sterk genieten van en behoefte om zich uit te drukken in muziek, geluiden, beeldende kunst, kleur, vormen en taal. Sterke behoefte om aan te raken, te voelen en te ruiken.

Intellectueel (3)

Een grote intellectuele honger, interesse in morele vraagstukken, zoeken naar de waarheid en sterk vermogen tot zelfreflectie. Een scherp observatievermogen, sterk geboeid worden door logica en een drang om complexe problemen te willen op lossen en diepgravende vragen te stellen.

Verbeelding (4)

Sterk vermogen tot en veelvuldig gebruik van gedetailleerde visualisaties die inventief en fantasievol zijn. Bij spanningen en verveling afleiding vinden in een fantasiewereld/ door weg te dromen of door overmatig grappen te maken om sociaal ongemak op te vangen.

Emotioneel (5)

Extremen in emoties en reacties van zeer genuanceerd tot diepgaand en zeer heftig. Sterk rechtvaardigheidsgevoel en inlevingsvermogen. Grote compassie met anderen en het vermogen om intense relaties aan te gaan. Sterk en verfijnd gevoelsbewustzijn en sterke gevoelsherinneringen van ervaringen in het verleden.

Michael Piechowski (Poolse bioloog, neuroloog en psycholoog) voegde hier onlangs een zesde gevoeligheid aan toe: de intuïtie, waarmee hij wil
aangeven hoe sterk intuïtief-gevoelig deze kinderen zijn.


Het meerfactorenmodel van Mönks  (zie plaatje hieronder) laat zien dat intelligentie, motivatie en creativiteit drie belangrijke persoonlijkheidskenmerken zijn van hoogbegaafdheid, mits er sprake is van een gezonde ontwikkeling. Daarnaast benadrukt dit model het belang van een goede interactie met de school, met vrienden en met het gezin:

Kenmerken van hoogbegaafdheid

Op de website van Mensa vinden we een aantal kenmerken van hoogbegaafdheid:

  • Ben je vaak op zoek naar nieuwe (intellectuele) uitdagingen en raak je verveeld zodra je nieuwe de nieuwe vaardigheden beheerst?
  • Praat je veel, snel, over veel dingen tegelijk? En ga je graag de diepte in, ook tijdens een kort gesprek?
  • Praat je met vriend(inn)en over heel andere onderwerpen dan met de meeste mensen?
  • Ben je gevoelig voor (zintuiglijke) indrukken?
  • Zijn jouw normen strenger dan die van de meeste mensen om je heen en leg je je lat hoger?
  • Kost de aansluiting bij de mensen om je heen je vaak moeite en vraag je je af of jij sneller denkt dan zij?
  • Hoor je van de mensen om je heen wel eens dat je te intens, te streng, te veeleisend en vooral te snel bent?
  • Zoek je zelfstandigheid en vrijheid in hobby en werk?

Deze lijst met kenmerken gaat voornamelijk over hoogbegaafde kinderen:

  • Ongewone alertheid al op zeer jonge leeftijd en lange aandachtsspanne/concentratie
  • Sterke verbale begaafdheid: snel leren en goed verbanden kunnen leggen
  • Ongebruikelijk goed geheugen: onthouden van veel informatie
  • Ongebruikelijk grote woordenschat en complexe zinsbouw op jonge leeftijd
  • Vergevorderd begrip van taalnuances, metaforen en abstracte ideeën
  • Voorliefde voor puzzels en oplossen van rekenkundige problemen
  • Ongebruikelijke emotionele diepgang
  • Zelfstandig leren lezen, schrijven, vaak al voor zij naar school gaan (tenzij het kind ook dyslexie heeft)
  • Intense nieuwsgierigheid en ongelimiteerd stellen van onderzoekende vragen
  • Brede interesse en/of diepe belangstelling in een specifiek onderwerp
  • Interesse in experimenteren en de dingen anders doen dan gebruikelijk
  • Sterke en levendige fantasie en creativiteit
  • Opmerkelijk gevoel voor humor, voorliefde voor woordspelingen
  • Redenen en achtergronden willen begrijpen en op een niet voor de hand liggende manier  kunnen combineren van gegevens of gedachten
  • Ongeduld jegens eigen onvermogen en dat van anderen
  • Complex denken: voorliefde voor ingewikkelde dingen. Vaak geen aandacht aan zaken die zij niet interessant vinden. Soms conflicten met andere kinderen als deze ingewikkelde zaken niet begrijpen. TIP Help uw kind bij spelletjes met andere kinderen om begrip te bevorderen en frustratie te kanaliseren
  • Idealisme en sterk gevoel voor rechtvaardigheid al vanaf jonge leeftijd. Bezorgdheid over sociale, politieke problemen en onrecht. TIP Let goed op wat u uw kinderen wel en niet laat zien of lezen
  • Sensitief: sterke waarneming en direct bewust van eigen emoties. Daardoor zich ook sneller gekwetst voelen. Tonen meer medeleven met anderen en gevoelig voor verwachtingen van anderen
  • Intensiteit: overtuiging en overgave is bij deze kinderen sterker dan bij leeftijdsgenootjes. Zij zijn vaak zeer gedreven. Ook dromen kunnen heel levendig zijn en intensiever worden beleefd
  • Dagdromen: opgaan in eigen gedachten of dagdromen, waarbij het kind niet meer merkt wat er in de omgeving gebeurt
  • Leerstijl: auditief-sequentieel (aandacht voor feiten en details, ordelijk, concreet, praktisch en één taak tegelijk, perfectionistisch) of visueel-ruimtelijk (creatief, onderzoekend, hoog activiteitenniveau). Het denken, leren, problemen oplossen en omgaan met anderen wordt beïnvloed door de manier van denken. Hoogbegaafde kinderen hebben vaak één van beide leerstijlen sterk ontwikkeld

Hoogbegaafdheid – mogelijke uitdagingen

Een hoogbegaafd kind presteert niet per definitie goed op school. Dit hangt samen met de volgende (potentiële) uitdagingen:

  • Hoogsensitiviteit.
    • Overprikkeling en uitputting op school.
    • Steeds verder toenemende angst voor school.
    • Snel gekwetst.
    • Erg gefocust op (de emoties) van anderen.
  • Geen aansluiting met leeftijdsgenoten.
  • Mismatch met aangeboden leerstof, waardoor motivatie en leerhonger wegebt.
  • De aangeboden leerstof is niet interessant voor de leerling.
  • De leerstof spreekt het domein van intelligentie van de leerling niet aan.
  • Zijnskenmerken:
    • De lat te hoog leggen
    • Perfectionisme
  • De leerling heeft niet leren leren en is niet gewend zich in te zetten en fouten te maken (ongeduld jegens eigen onvermogen).
  • Gebrekkige concentratie omdat het kind eigenlijk wil bewegen.

Hoogbegaafdheid is eerder een kans dan een probleem, mits er voldoende aandacht is voor een gezonde ontwikkeling en bovenstaande uitdagingen.

Geef je reactie