Moet er meer oog zijn voor hoogsensitiviteit (HSP) binnen de GGZ?

Moet er meer oog zijn voor hoogsensitiviteit (HSP) binnen de GGZ?

Veel mensen zien zichzelf als ‘hoogsensitief’ en er is inmiddels een hele industrie opgetuigd rondom deze karaktereigenschap. Wanneer je echter tegen je psycholoog zegt dat je hoogsensitief bent, zal deze waarschijnlijk aangeven dat hoogsensitiviteit niet erkend wordt binnen de psychologie.

Dit roept twee vragen op:

  1. Bestaat hoogsensitiviteit?
  2. Zo ja, moet het dan erkend worden binnen de geestelijke gezondheidszorg, zodat de behandeling erop kan worden aangepast?

Hieronder geef ik kort antwoord op beide vragen.

 1. Bestaat hoogsensitiviteit?

Om deze vraag te beantwoorden, moeten we eerst begrijpen wat we onder dit begrip verstaan. Prof. dr. van Hoof heeft veel onderzoek gedaan naar hoogsensitiviteit en schrijft:

Elaine Aron zegt dat er vier factoren meespelen bij hoogsensitiviteit: diepgaande verwerking van informatie, overprikkeling, snel emotioneel worden, en oog voor het subtiele. Op basis van ons onderzoek zien wij dat het enige essentiële kenmerk van hoogsensitiviteit diepgaande verwerking is. Daaruit kunnen een aantal andere eigenschappen voortvloeien, zoals overprikkeling of emotionaliteit of subtiliteiten waarnemen. Maar niet noodzakelijk bij iedereen, zoals wordt gezegd.

Volgens prof. dr. J.R. Homberg, neurobioloog aan het Radboudumc, is het korte antwoord op de vraag ‘bestaat hoogsensitiviteit?’ “ja”.

Ze noemt het “een persoonlijkheidskenmerk dat we nog verder wetenschappelijk moeten onderbouwen”.

Om de vraag te beantwoorden, moeten we ons wereldwijd richten op een schamele zeventig wetenschappelijke studies. In de wetenschap leeft het onderwerp dus niet erg, maar daarbuiten des te meer. Onderzoeker dr. Jeronimus van de Rijksuniversiteit Groningen:  “Als iets zo sterk leeft, kun je het als wetenschap eigenlijk niet negeren.”

Wetenschappelijk onderzoek

Wat zijn de resultaten van het beperkte aantal studies naar hoogsensitiviteit? Uit fMRI-studies blijkt dat er mensen zijn die sneller en beter subtiele verschillen opmerken tussen twee plaatjes die identiek lijken. Daarnaast blijkt hun brein in rust actiever; alert op gevaar. De vraag of hoogsensitiviteit leidt tot deze breinactiviteit, of andersom, blijft een ingewikkelde. Wel is het dus duidelijk dat mensen verschillen in hoe ze prikkels verwerken; bij sommige mensen is er sprake van een diepgaande verwerking.

Prof. dr. van Hoof heeft de afgelopen jaren onderzoek gedaan onder meer dan vijftienhonderd volwassenen, en toonde met hersenscans specifieke patronen van hoogsensitiviteit in de hersenen aan. Van Hoof:

Het brein van een hsp’er functioneert anders dan dat van een niet-hsp’er. Daardoor krijgen hoogsensitieve mensen vaak te horen dat ze situaties te complex maken en dat ze veel te ver gaan met hun interpretaties. Omdat ze op die manier tot een minderheidsgroep behoren, worden ze vaak bestempeld als anders en raar.

Uit Hoof’s onderzoek blijkt dat hsp’ers niet goed zijn in het filteren van informatie. Daarnaast zijn er bij hen meer hersengebieden tegelijk actief bij het uitvoeren van een opdracht. Dit zorgt voor een diepere verwerking.

Wat hsp’ers dus onderscheidt, is dat ze informatie uit hun omgeving diepgaand en zorgvuldig verwerken alvorens te handelen. Bij hsp’ers slaan meer gebieden in de hersenen aan dan bij niet-hoogsensitieven bij eenzelfde hoeveelheid informatie.

2. Moet hoogsensitiviteit erkend worden binnen de geestelijke gezondheidszorg?

Hoogsensitiviteit wordt binnen de psychologie nogal eens beschouwd als een ‘modegril’. Er is bovendien een cultus opgetuigd rondom het fenomeen; denk aan helderziendheid, Indigo-kinderen, kabouters en feeën; veel wetenschappers willen hun vingers er niet aan branden.

Ik vraag niet of hoogsensitiviteit opgenomen moet worden in de DSM-5, hét standaardwerk voor de classificatie van psychische stoornissen van de American Psychiatric Association. Hoogsensitiviteit is geen stoornis, ziekte of syndroom; het is een eigenschap zoals introversie. We zeggen dat iemand “introvert is” en dat iemand “hsp is”. We zeggen niet dat iemand “hsp heeft” zoals we wel zeggen dat iemand “sociale angst heeft“, aldus klinisch psycholoog prof. dr. van Hoof. Op haar website vinden we de volgende omschrijving van hoogsensitiviteit:

Een hoogsensitief persoon onderscheidt zich door een sterke vaardigheid om externe factoren waar te nemen en ze diepgaand te verwerken.
Een hoogsensitief persoon kenmerkt zich door een sterke vaardigheid om externe factoren waar te nemen en te verwerken waardoor er een verhoogde kwetsbaarheid ontstaat voor overprikkeling. Afhankelijk van in welk situatie de persoon zich bevindt kan de reactiviteit (veroorzaakt door de overprikkeling) een belemmering zijn voor de verdere (zelf-)ontwikkeling.

Hoogsensitiviteit is iets anders dan ADHD of autisme

Hsp’ers lopen o.a. vanwege een snellere overprikkeling een hoger risico op burn-out en andere geestelijke en lichamelijke klachten; ze zullen dus nogal eens met een psycholoog in aanraking komen. De psycholoog is geschoold in het diagnosticeren van de cliënt of patiënt. Heeft deze persoon ADHD, of misschien autisme? De psycholoog gaat op zoek naar een ziektebeeld (wat is er mis met deze persoon) en ziet de karaktereigenschap (wie is deze persoon) mogelijk over het hoofd. (Of : interpreteert de karaktereigenschappen anders, omdat hoogsensitiviteit niet als karaktereigenschap wordt gezien). Het diepgaand verwerken van prikkels is echter iets anders dan ADHD of autisme.

Mogelijke erkenning binnen de psychologie

Als het bestaat, is hoogsensitiviteit geen stoornis, maar een karaktereigenschap. De ‘grote vijf’ karaktereigenschappen zijn: extraversie, verdraagzaamheid, ordelijkheid, emotionele stabiliteit en openheid voor nieuwe ervaringen. Volgens de Tilburgse hoogleraar psychologie Jaap Denissen is er geen extra label nodig, omdat hoogsensitiviteit sterk samenhangt met een lage emotionele stabiliteit en een hoge openheid voor nieuwe ervaringen. De Groningse onderzoeker Jeronimus voegt hier introversie aan toe. Hiermee spreekt Jeronimus het veelgenoemde gegeven tegen dat 30% van de hsp’ers extravert zou zijn.

Maar welke rol moet hoogsensitiviteit nu spelen in de behandeling?

Cliëntgerichte psychotherapie als voorbeeld

Cliëntgerichte (psycho)therapie of rogeriaanse therapie is een vorm van psychotherapie waarin het inzicht van de patiënt (cliënt) in zichzelf centraal staat. Het uitgangspunt is dat volwassenen vaak best weten wat er met hen aan de hand is, en dat ze in staat zijn hun problemen op te lossen. De therapeut schept hiervoor de juiste voorwaarden: hij of zij accepteert de ander volledig en stelt zich empathisch, open en eerlijk op. Wanneer de ander aangeeft hoogsensitief te zijn, dan kan de therapeut meeleven met wat de ander hierover vertelt. De cliënt zal zich gehoord voelen en zich vanuit een gevoel van vertrouwen verder ontwikkelen.

Een klinisch psycholoog kan op een hoogsensitief persoon die is vastgelopen in zijn of haar leven dus reageren door te zoeken naar een passende stoornis, maar hij kan parallel daaraan ook open staan voor de mogelijkheid dat het hier gaat om een binnen de psychologie nog redelijk onbekende karaktereigenschap: hoogsensitiviteit.

Prof. dr. van Hoof:

Ik denk dat de samenleving vooral gebaat is bij het aanvaarden van de realiteit zoals ze is. Als iemand je vertelt dat hij doodongelukkig is, zou je die emotie moeten erkennen in plaats van het probleem weg te redeneren. Dat geldt voor mensen met borderline, voor mensen met hoogsensitiviteit, voor mensen met hoogbegaafdheid, en voor elke mens die het soms moeilijk heeft. Niet over het probleem heen stappen, maar ernaar luisteren en het erkennen, dáár heeft de samenleving behoefte aan. Ik geloof dat de maatschappij issues heeft die ons parten beginnen te spelen. En je zou kunnen zeggen dat mensen met een potentieel verhoogde kwetsbaarheid, zoals hoogsensitieven, de kanaries in de kolenmijn zijn. En de kanaries vallen.

Ze pleit voor erkenning van wat er werkelijk speelt.

Conclusie

Hierboven heb ik laten zien dat er al redelijk wat onderzoek gedaan is naar de karaktereigenschap hoogsensitiviteit, en ik heb redenen genoemd waarom het binnen de reguliere GGZ weinig aandacht krijgt. Ik sloot af met de bewering dat het vanuit de benadering van de cliëntgerichte psychotherapie verstandig is om eventuele hoogsensitiviteit serieus te nemen.

Je vraagt je nu misschien af hoe dat er in de praktijk uit zou moeten zien. Stepwork is een voorbeeld van een GGZ aanbieder die het net even anders doet. Ze bieden geestelijke gezondheidszorg aan met oog voor hoogsensitiviteit.

Tot slot ben ik benieuwd naar jouw mening; vind je dat hoogsensitiviteit meer aandacht verdient binnen de GGZ? Hoe zou dat er in de praktijk uit moeten zien?


Meer lezen

Suze Dijkstra over haar hoogsensitieve ervaringen binnen de GGZ

Een artikel over hoogsensitiviteit in de Volkskrant

Een studie waaruit blijkt dat hoogsensitieve personen meer empathie voelen

Kritiek op de onderzoeken van Elaine Aron door prof. dr. van Hoof

Geef je reactie