In het in elf talen beschikbare boek ‘De vermoeide samenlevingzijn drie essays van hoogleraar filosofie Byung-Chul Han gebundeld. Een lekker leesbaar, op z’n tijd poëtisch boekje – met een belangrijke boodschap over de maatschappelijke oorzaken van rusteloosheid, depressie en burn-out. Volgens Han worden we in onze prestatiemaatschappij niet meer door geboden, verboden en regels beheerst, maar door projecten initiatieven en motivatie. Ons handelen staat in het teken van zo veel mogelijk productie en consumptie, en niet van het beschermen van wat voor ons wezenlijk is, zaken als zingeving en ontspanning. Zijn kritiek richt zich op het neoliberale marktdenken en hoe we veranderen in prestatiesubjecten, die permanent blootstaan aan prikkels, informatie en impulsen. En belangrijker nog: we leggen onszelf die beperkingen op.    

De vermoeide samenleving

In de inleiding van het eerste essay geeft hij aan dat depressie, ADHD, borderline en burn-out momenteel veel voorkomen. Als oorzaak wijst hij naar een ‘overmaat aan positiviteit.’  Ten tijde van de Koude Oorlog was er nog sprake van grenzen tussen binnen en buiten, vriend en vijand, eigen en vreemd. In de huidige samenleving is dit paradigma van positief-negatief onderwerp van discussie, wat een teken is van zijn ondergang (Han, 2015, p. 10). Vandaag wordt het vreemde vervangen door het gelijke – een teveel aan gelijkheid. We leven in een zwaarlijvige informatie-, communicatie- en productiesysteem vol gelijkheid.

De maatschappij ontwikkelde zich van een commandosamenleving (moeten) naar een prestatiesamenleving (kunnen); ondergeschikten werden ‘high potentials’. In ons maatschappelijk onderbewustzijn schuilt volgens Han een fundamenteel streven de productie te maximaliseren. Het verbod van de commandosamenleving werkte alleen maar blokkerend en dus gingen we naar het positieve schema van de prestatie (ibid, p. 18). Niets is onmogelijk! “De klacht van het depressieve individu: niets is mogelijk, is alleen mogelijk in een samenleving die gelooft: niets is onmogelijk” (ibid, p. 20). Presteren is het nieuwe gebod en mensen raken al presterende steeds verder van elkaar verwijderd. De werkende mens van nu buit zichzelf vrijwillig uit zonder de dwang van buiten zoals we die vroeger zagen.

Een gebrek aan aandacht

Door de overmaat aan prikkels raakt onze aandacht versnipperd. Bij het multitaskende, gamende individu is er slechts sprake van een vlakke, vluchtige aandacht. Deze aandacht kan nauwelijks enige tolerantie opbrengen voor verveling, die zo van belang is voor het creatieve proces; we verliezen de gave om niets te doen en te luisteren. “Nog nooit stonden de actieven, dat wil zeggen de rustelozen, zo hoog in aanzien”, gaat Han verder (ibid, p. 27). Bij de moderne mens  verwordt denken tot rekenen en scheppen tot arbeid. Er ontstaat een wereld van continue arbeid, zonder God en met gezondheid als nieuwe godin.  “De typerende reactie op het naakte, radicaal vergankelijk geworden leven is de hyperactiviteit, de hysterie van arbeid en productie” (ibid, p. 30). Ons rust de taak te leren nee te zeggen tegen oprukkende prikkels en zelf de blik te sturen; weer ruimte maken voor aarzelen, tussentijd en onderbrekingen.

Er ontstaat een vermoeidheid die ons uit elkaar doet drijven naar vereenzaming en isolement (ibid, p. 44). Een moeheid van tot niets meer in staat zijn in plaats van een zelfgekozen niet-doen. Was het niet de zondag – de dag van speeltijd en vriendelijkheid – die heilig werd verklaard?

De transparante samenleving

Han had het over een overmaat aan ‘positiviteit’ en een afwezigheid van het ‘negatieve’ of het vreemde andere. De ‘transparante samenleving’ waar we nu in leven, neemt de gedaante aan van een positieve samenleving, waarin niets onzichtbaar of verborgen (negatief) is. Ons maatschappelijk systeem dwingt alle processen tot transparantie om ze te kunnen operationaliseren en accelereren. Blootstelling aan de spotlights van de totale belichting leidt tot een burn-out van de ziel (ibid, p. 53).

In een positieve samenleving is er bovendien geen ruimte voor negatieve emoties. Liefde wordt afgevlakt tot een arrangement van aangename gevoelens; Facebook weigerde een dislike-button te maken. Het negatieve van de afkeuring is economisch onbruikbaar (ibid, p. 59).

Meer toegang tot een berg aan informatie produceert nog geen waarheid. Er is een richting nodig, een zin en betekenis. De hyperinformatie en hypercommunicatie getuigen nu juist van een gebrek aan waarheid. Communicatie van zin en betekenis gaat langzaam en daarvoor is geen tijd.

De reis van een pelgrim is geen weg die zo snel mogelijk kan worden afgelegd, maar een weg, rijk aan betekenissen. Een transparante leefwereld is echter arm aan betekenissen. Onthaasten is nu niet het antwoord omdat versnelling niet het probleem is. Het probleem van vandaag laat zich beter omschrijving als ‘een gebrek aan betekenis en richting’. Hoe meer informatie er in de wereld komt, des te onoverzichtelijker hij wordt; de leegte blijft hinderlijk zichtbaar.

Ook onze huizen worden transparant: “Tegenwoordig is het behouden huis met dak, muur, raam en deur trouwens al doorzeefd met gaten voor materiële en immateriële kabels. Het is vervallen tot een ruïne waar de wind van de communicatie door de kieren blaast” (ibid, p. 101).

In een op vertrouwen gebaseerde samenleving zou er minder sprake zijn van de roep om transparantie. De roep om transparantie wijst er spijtig genoeg op dat morele waarden als eerlijkheid en oprechtheid steeds meer betekenis verliezen (ibid, p. 106).

De terugkeer van Eros

De samenleving zoals Han die omschrijft, leidt ook tot een ‘crisis in de liefde’. De crisis in de liefde komt niet alleen voort uit de onbegrensde mogelijkheden en de optimaliseringszucht; een diepere oorzaak is de erosie van de Ander (de ondoorgrondelijke vreemdheid van de Ander) en een toenemend narcisme. In een consumptiesamenleving leren we vergelijken en zo verliezen we de onvergelijkbaarheid van de Ander uit het oog. De narcist ziet de wereld alleen nog in schakeringen van zichzelf. Hij waadt rond in zijn eigen schaduw tot hij in zichzelf verdrinkt (ibid, p. 112). De depressieve persoon is ziek van zichzelf; hij is de wereld kwijt en is verlaten door de ander.

Eros en depressie zijn elkaars tegenpolen. De eros bevrijdt het subject uit zichzelf en keert het naar de Ander. Het moderne, narcistische prestatiesubject is vooral uit op succes, want successen leveren respect op en een bevestiging van de eenling door de ander, maar tegelijkertijd wordt die ander – beroofd van zijn anders-zijn – gedegradeerd tot een spiegel die de eenling bevestigt in zijn ego (ibid, p. 113).

De eros, het ‘erotische’ verlangen, maakt het mogelijk de ander te ervaren in heel zijn anders-zijn, en juist dat bevrijdt de eenling uit zijn narcistische hel. Eros brengt een ‘overgave’ op gang.

“Je kunt het!” en “Wees vrij!” horen we steeds maar vanuit de maatschappij. We reageren en maken vrijwillig van onszelf ‘een project’. Wanneer je faalt, kom je mogelijk letterlijk in de schulden en aangezien het kapitalisme geen religie is, is kwijtschelding onmogelijk. Je hebt gefaald en dat is jouw schuld. Ons lichaam wordt ook een project. “Seks is prestatie en sexy-zijn is het kapitaal dat je moet vermeerderen. Het tentoongestelde lichaam is dankzij zijn expositiewaarde verhandelbaar geworden. De ander wordt een object van seksuele opwinding, een ‘prikkelpopje’. Je kunt de ander die beroofd is van zijn anders-zijn niet liefhebben, alleen nog consumeren” (ibid, p. 121). De door het kunnen beheerste prestatiesamenleving, waarin alles een mogelijkheid is, waarin alles initiatief is en project, heeft geen toegang tot de liefde – die ook verwonding en hartstocht is. De leegte blijft pijnlijk zichtbaar.

Een fundamenteel probleem van deze tijd is de economische reductie van de Ander tot een ding. Met het anders-zijn kan niemand boekhouden. Het is niet te vinden in de balans van debet en credit (ibid, p. 125).

De uiterst kritische Han dook in het maatschappelijk onderbewustzijn en vergrootte zo ons zelfinzicht, waarna we ons los kunnen maken van wat we onszelf aandoen.


Bron: Han, B. C., & Schuitemaker, F. (2015). De vermoeide samenleving ; De transparante samenleving; De terugkeer van Eros. Amsterdam: Van Gennep

Meer weten? Lees ook dit blog over de maatschappelijke oorzaken van burn-out.

1 Reacties

  1. Helaas herkenbaar….goed om alles nu eens helder te benoemen. Vanaf nu ga ik iedere dag een uur gewoon zitten, alleen maar zitten, met niets. Apart toch dat dit al een uitdaging is…..

Geef je reactie