De wetenschap achter coaching

 

In 2018 volgde ik aan de Universiteit van Amsterdam een mastercursus over coaching. Hier deel ik wat ik tijdens deze cursus heb geleerd.

Ten eerste: tijdens de cursus zijn we vooral op zoek gegaan naar achterliggende principes i.p.v. allerlei stappenplannen, omdat dat een coach in staat stelt om vrijer te coachen.

Ten tweede: in coaching ondersteun je een cliënt in het zelf leren vissen i.p.v. hem een vis aan te reiken. Met andere woorden: de coach leert de cliënt kritisch reflecteren op de eigen ervaringen en op basis daarvan te handelen en te leren. Laten we dan de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek kijken.

Algemene vs. specifieke factoren

Sommige factoren komen in vrijwel elke vorm van coaching voor, zoals luisteren, begrip tonen, bemoedigen, positieve verwachtingen scheppen en het aanwezig zijn van een coach-coachee relatie. Deze algemene factoren spelen een zeer grote rol in coaching. Een onderzoek van McKenna (2009) liet zien dat de volgende factoren in verschillende mate bijdragen aan het succes van coaching:

  • De cliënt – 40%
  • De relatie – 30%
  • Hoop – 15%
  • Specifieke technieken – 15%

De schuingedrukte factoren kunnen we zien als algemene factoren. Laten we iets specifieker kijken naar de algemene factor ‘relatie’.

De relatie tussen coach en cliënt

In coaching komt een relatie vooral praktisch tot uiting door samen te leren en resultaten te bewerkstelligen. Het is van belang dat je empathie toont en jezelf laat zien, maar de cliënt heeft er weinig aan wanneer jij de last van hem of haar op je schouders neemt; 1 van jullie moet immers ‘lichtvoetig kunnen dansen’. Beter is het te werken vanuit een nieuwsgierigheid. Waar zit er motivatie? Waarom is de cliënt nog niet in beweging gekomen? Laat zien dat je werkelijk begaan bent met de cliënt, zie hem of haar continu als volwaardig mens en streef naar onvoorwaardelijke acceptatie als basis.

Omgaan met weerstand

Mensen willen zich autonoom en competent voelen. Wanneer cliënten zich onvrij voelen in een coachingsrelatie, ontstaat er weerstand, wat zich kan uiten in lui achterover hangen, maar ook actief weerstand bieden. De coach kan nu het beste non-directief met de cliënt in gesprek gaan en de doelen en rollen heronderhandelen. Het is van belang dat deze doelen werkelijk passen bij wie de cliënt is en wil zijn. Zonder motivatie wordt het heel lastig om een ontwikkeling te bewerkstelligen.

Coachingsmethodieken

De volgende coachingsmethodieken worden momenteel veel toegepast:

  • GROW
    • Coaching is per definitie een doelgerichte activiteit en GROW vertaalt dat door naar de praktijk. GROW staat voor Goal, Reality, Options en Will.
    • Bij GROW streef je er mijns inziens naar het verhaal in positieve zin te versimpelen. Je brengt wat orde aan in de chaos, samen met de cliënt.
  • Cognitieve gedragscoaching
    • Bij irrationele angsten
    • Overtuigingen expliciet maken en eventueel weerleggen.
    • Overtuigingen worden als zelf-vervullende voorspelling vaak bevestigd in de praktijk en winnen zo aan kracht.
    • ‘Wat zijn de voor- en nadelen van deze manier van denken?’
  • Motivational Interviewing
    • Motivatie verhogen
    • Gebruik maken van autonomie, competentie en verbondenheid
    • Inspelen op iemands ideaalbeeld
    • Onderzoeken wat de voordelen van het huidige (ongewenste) gedrag zijn en zo de ambivalentie aan het licht brengen (enerzijds willen we veranderen, maar anderzijds ook helemaal niet).
  • ACT coaching
    • ACT leert je een zachtaardige houding aan te nemen t.o.v. alles wat je denkt, voelt en ervaart, terwijl je tegelijkertijd op weg gaat om je doelen en dromen te verwezenlijken.
  • Oplossingsgerichte coaching
    • Focus op heden en toekomst
    • Oplossingsgerichte taal
    • Kleine doelen stellen en positieve emoties opwekken
    • Uitzonderingen – wanneer lukt het wel?
  • Provocatief coachen
    • Trek iemand terug naar waar hij niet wil zijn, dan wil hij juist naar voren bewegen. Je voedt autonomie en zelfredzaamheid.

Mijn reflectie op de methodieken

Ik heb in de praktijk met deze methodieken geoefend. Ten eerste viel het me op dat ik het soms ‘hard werken’ vond om volgens een bepaalde benadering te werken. Ik kreeg een verhaal te horen van mijn coachee en in plaats van hier onbevangen naar te kunnen luisteren, merkte ik dat ik direct al door de bril van een benadering probeerde te kijken naar het verhaal. Dit zie ik als iets negatiefs aangezien mijn aandacht daardoor wat verslapt. Mijn aandacht voor wat de coachee zegt, hoe ze het zegt, met welke woorden ze het zegt et cetera. Aandacht voor het hier en nu is voor mij in coaching cruciaal. Ik kan concluderen dat ik graag onbevangen een gesprek in ga en eerst goed wil zien wat zich aandient. Vervolgens kan een benadering uit mijn toolkit inzetten wanneer ik – op een gegeven moment hopelijk intuïtief – aanvoel dat die benadering hier nuttig kan zijn.

Ik kan deze benaderingen (GROW etc.) gebruiken als lenzen om naar het verhaal te kijken, maar wil de verhalen niet reduceren tot wat die verhalen volgens die lenzen zijn; dat zijn namelijk altijd versimpelde weergaven van de werkelijkheid. Juist daarom kan GROW een goed hulpmiddel zijn; het helpt orde aan te brengen in de chaos; dat helpt me, zolang ik erop let dat het hulpmiddel me niet in de weg gaat zitten en zolang ik blijf inzien dat het ‘maar een narratief’ is. Door te reflecteren op de assumpties achter het verhaal, kan het hele verhaal veranderen. Misschien is het aangedragen probleem helemaal geen probleem of niet het werkelijke probleem.


Literatuur

McKenna, D. D., & Davis, S. L. (2009). Hidden in plain sight: The active ingredients of executive coaching. Industrial and Organizational Psychology,2(3), 244-260.